Dutch A2

Schrijven en spreken oefenen voor A2 — praktische aanpak

2 min lezen

Iemand schrijft aan een tafel en oefent hardop spreken

Lezen, Luisteren en KNM kun je oefenen met vragen die zichzelf nakijken. Schrijven en Spreken niet — daar produceer je zelf taal, en juist daar blijven mensen het langst steken.

Het goede nieuws: op A2 wordt minder van je gevraagd dan de meeste mensen denken.

Wat er op A2 echt wordt gevraagd

Bij Schrijven gaat het om korte, praktische teksten: een informele e-mail, een formulier invullen, een kort berichtje, een korte beschrijving. Eenvoudige zinnen, gewone voegwoorden (en, maar, want, omdat, daarna), tegenwoordige en voltooide tijd.

Je hoeft geen lange samengestelde zinnen te schrijven. Je krijgt er geen extra punten voor, en je maakt er wel meer fouten in. Vier korte correcte zinnen zijn beter dan twee lange met fouten.

Bij Spreken krijg je een situatie te zien en spreek je binnen een vaste tijd je antwoord in. Ook hier: gewone taal, begrijpelijk, ter zake.

Een aanpak die werkt

Schrijf op tijd, niet op kwaliteit. Zet een timer op de echte duur en schrijf tot hij afgaat. Pas daarna corrigeer je. Wie meteen perfect wil schrijven, komt op het examen tijd tekort.

Tel je woorden. Elke opdracht heeft een minimum, en daaronder telt de opdracht niet mee. Leer hoeveel woorden een regel van jouw handschrift ongeveer bevat, dan kun je het op het oog inschatten.

Beantwoord elk punt apart. De opdracht noemt drie of vier dingen die erin moeten. Eén zin per punt, en streep ze af terwijl je schrijft.

Spreek hardop, niet in je hoofd. Antwoorden in gedachten voelt goed en traint niets. Neem jezelf op met je telefoon en luister terug — dat is oncomfortabel en het werkt.

Begin je antwoord meteen. De tijd loopt vanaf de piep. Start met een zin die je altijd kunt zeggen ("Ik denk dat…") en bedenk de rest terwijl je praat.

Praat door als je een woord kwijt bent. Omschrijf het. Huurcontract niet paraat? "Het papier van het huis." Dat is precies wat A2 vraagt.

Feedback: het stuk dat meestal ontbreekt

Je kunt alleen gericht beter worden als iemand je zegt wát er fout ging. De typische A2-fouten zijn tamelijk voorspelbaar:

  • d/dt — hij wordt, hij vindt
  • woordvolgorde — Morgen ga ik naar de dokter (werkwoord op plaats twee)
  • de/het — een fout lidwoord is een grammaticafout, geen slordigheid
  • scheidbare werkwoorden — ik sta om zeven uur op
  • u en je door elkaar — kies er één en houd hem vast

Op deze site kun je schrijven en spreken oefenen met directe feedback op precies dat soort punten, en foto's beschrijven voor de spreekvaardigheid. De beoordeling is bedoeld om te oefenen — het is geen officiële examenuitslag.

Wat je hierna kunt doen

Officiële bron: inburgeren.nl — inhoud van de taalexamens.

← Alle artikelen