Lezen en luisteren oefenen voor A2 — techniek boven woorden
2 min lezen

Bij Lezen en Luisteren produceer je geen taal — je moet er iets in terugvinden. Daarom levert techniek hier meer op dan woordenschat: de meeste punten die hier verloren gaan, gaan verloren aan de aanpak, niet aan je niveau.
Wat het examen van je vraagt
| Onderdeel | Duur | Wat je krijgt |
|---|---|---|
| Lezen | 65 minuten | korte alledaagse teksten — een mededeling, een e-mail, een folder — met meerkeuzevragen |
| Luisteren | 45 minuten | vragen over filmpjes en luisterteksten; het geluid speelt één keer |
Beide doe je op de computer, en bij de A2-onderdelen mag geen woordenboek mee.
Lezen: zoek het antwoord, lees niet de tekst
65 minuten is ruim. De valkuil is dus niet de klok — het is blijven hangen bij één woord dat je niet kent.
- Lees eerst de vraag. Dan weet je waar je naar zoekt.
- Zoek gericht de zin of alinea die daarover gaat.
- Accepteer de rest. Het antwoord staat vaak in een zin met drie onbekende woorden erin. Je krijgt geen punten voor volledig begrip.
- Blijf niet zitten. Weet je het niet, kies dan en ga door. Terugkomen kan; tijd terugkrijgen niet.
Luisteren: de opname speelt één keer
Dit is het grootste verschil met oefenen thuis. De filmpjes en luisterteksten starten vanzelf en worden niet herhaald.
Je krijgt wel eerst even de tijd om de vraag te lezen — dat moment is het hele onderdeel waard. Wie pas ná het fragment de vraag leest, moet raden.
- Lees de vraag in dat gaatje, ook als je hem maar half opneemt.
- Luister naar één ding, niet naar alles. Je hoeft het fragment niet te onthouden.
- Laat een gemist item los. Blijven malen over vraag 4 kost je vraag 5, en die speelt ook maar één keer.
De fout die beide onderdelen delen
Thuis oefenen mensen anders dan het examen werkt: even terugbladeren, een woord opzoeken, het fragment nog een keer. Dan meet je of je de taal kunt — terwijl het examen meet of je het kunt binnen de tijd, in één keer, zonder hulp.
Doe daarom minstens één oefenronde onder echte omstandigheden: timer op 65 respectievelijk 45 minuten, geen woordenboek, geen vertaalapp, en elk geluidsfragment precies één keer.
Wat je oefening moet meten
| Wat er gebeurde | Wat het betekent |
|---|---|
| Tijd op, vragen over | tempo — niet taal |
| Fragment gemist | je las de vraag niet vooraf |
| Antwoord geraden na lang zoeken | je las de tekst in plaats van de vraag |
| Veel goed, maar uitgeput | je las alles; dat hoeft niet |
Bijna geen van deze problemen los je op met "meer Nederlands leren". Dat is precies waarom een oefenronde nuttiger is dan nog een woordenlijst.
Wat je hierna kunt doen
- Doe een oefenexamen op deze site — Lezen, Luisteren en KNM
- Lees hoe je oefenexamens het beste inzet
- Oefen daarnaast schrijven en spreken
Officiële bron: inburgeren.nl — inhoud van de taalexamens.
